Als er geen hoop is, waarom dan nog de inspanning?
- pinarakbas

- 5 minuten geleden
- 2 minuten om te lezen
“Het wordt beter.”
Dat hadden vrouwen van veertig plus mij verzekerd. En het enige wat ik hun toen kon geven, was een blik vol ongeloof en pessimisme. Een blik die eigenlijk maar één ding zei: Wat weet jij daar nou van, Gerda?
Ironisch genoeg ben ik inmiddels zelf Gerda geworden.
De Gerda die naar jongere vrouwen luistert, ernstig knikt en vervolgens de woorden uitspreekt die ik vroeger zelf met een flinke dosis argwaan ontving:
“Het wordt echt beter. Ik beloof het je.”
Maar wat is er dan precies beter geworden?
Ik ben nog altijd neurotisch, rusteloos, ongeduldig en temperamentvol. Bij momenten ben ik zelfs voor mezelf ronduit onuitstaanbaar. Ik heb nog altijd een hoofd dat overloopt van plannen, ideeën en projecten die absoluut nog uitgevoerd moeten worden. Liefst allemaal tegelijk en bij voorkeur gisteren.
Dus nee, ik ben niet ineens zen geworden.
Wat er wel veranderd is, is misschien mijn begrip van wat “beter” eigenlijk betekent.
Misschien betekent beter niet dat de strijd verdwijnt. Misschien betekent het dat je beseft dat de strijd er gewoon bij hoort.
We zijn mensen. We ploeteren, twijfelen, vallen, staan weer op, maken ons druk om dingen waar we ons eigenlijk niet druk om zouden moeten maken en maken ons vervolgens druk omdat we ons daar druk over maken. We dragen allemaal wel iets mee. Ik ken eigenlijk geen mens zonder strijd.
Mijn moeder noemt mij een vechtersbaas.
Waarop ik steevast antwoord:
“Als ik de vechtersbaas ben, dan ben jij de kampioen der vechtersbazen. Een soort patroonheilige van de vechtlust.”
De strijd hoeft van mij ook niet geheiligd te worden. We hoeven niet te doen alsof alles wat moeilijk is ons sterker maakt. Soms is iets gewoon klote. Punt.
Maar ik denk wel dat de strijd ergens nodig is.
Niet omdat we voortdurend moeten vechten. Wel omdat er iets moet zijn waarvoor we willen blijven bewegen. Iets waarop we hopen. Iets waarvan we denken: misschien lukt het toch.
Want als er geen hoop is, waarom zou je dan nog de inspanning leveren?
Misschien is dat uiteindelijk wat vrouwen van veertig plus mij probeerden te vertellen.
Het wordt niet per se makkelijker.
Maar je wordt wel beter in het leven met jezelf.
En misschien is dat wat ze bedoelden.
Dus aan alle jonge vrouwen die nu denken dat ze het allemaal nooit gaan kunnen, dat ze nooit rust zullen vinden en dat de toekomst vooral bestaat uit hormonale verrassingen, existentiële crisissen en de vraag: “Wat is er in godsnaam met mij aan de hand?”
Rustig maar.
Het wordt beter.
Ik beloof het je.
En kijk naar mij.
Ik ben inmiddels Gerda. Sorry voor die vuile blik toen, Gerda.
Opmerkingen